Seastory’s doet verslag van spectaculaire MLD-gebeurtenissen.

De eerste nachtelijke helikopterredding[1]

Op zaterdag 18 maart 1967 wordt noordwest Europa geteisterd door een zware storm, waardoor vele schepen in moeilijkheden raken. ‘s Avonds krijgt de commandant van vliegtuigsquadron 7, luitenant ter zee der 1e klasse Nico van Dam, het dringende verzoek van het Rescue Coördination Center Valkenburg om met een Agusta Bell (I) UH-1 helikopter hulp te verlenen aan een sleepboot in nood. De Vikingbank van Smit & Co is bij het slepen van een op drift geraakt vrachtschip door een grondzee op het uiteinde van de Zuiderpier te Hoek van Holland geworpen. Het schip maakt zware slagzij en is een prooi van de woeste golven. Door het geweld van de ene na de andere breker zijn de motoren door binnendringend water uitgevallen en daarmee ook de elektriciteit. De negenkoppige bemanning is onbereikbaar voor redders vanaf de wal of de reddingsboot en houdt zich met moeite vast aan de reling, terwijl ze voortdurend overspoeld wordt door ijskoud, kolkend water. Kapitein Plug weet via een draagbare noodzender alarm te slaan. Er is haast geboden.

De helikopters van de MLD hebben tot dan nog nooit bij nacht voor de OSRD (Opsporings- en Reddingsdienst) gevlogen omdat daarvoor de juiste vlieginstrumenten ontbreken. Ook beschikt de Bell niet over een hover- of stabilisatie-inrichting, de besturing is volledig handmatig. Van Dam besluit desondanks te gaan kijken en ter plekke een beslissing te nemen. Samen met de ervaren adjudantvlieger Cor Heinen en mecano Rex Naumann is de helikopter binnen een uur airborne en hangt rond 23.30 u met de “220“ boven de Vikingbank. Het lamgeslagen schip ligt inmiddels op zijn kant met de kiel tegen de pier en slingert woest heen en weer als een speelbal van de elementen. Het is duidelijk dat de doorweekte en waarschijnlijk zwaar onderkoelde bemanning dit niet lang meer zal uithouden. Omdat het uitwerpen van een reddingsvlot zinloos is wordt besloten bij het schijnwerperlicht van de reddingsboot Koningin Juliana een hijspoging te wagen. Om vrij te blijven van de heftig slingerende sleepboot moet de kist vrij hoog boven het schip blijven hangen en op aanwijzingen van de meccano wordt de sling langzaam maar zeker boven de schipbreukelingen gemanoeuvreerd. Net op tijd, want het eerste bemanningslid is er al zo slecht aan toe dat hij na het aan boord sjorren uitgeput en roerloos op de helikoptervloer blijft liggen. Daarom wordt besloten de onderkoelde mannen stuk voor stuk af te zetten op een nabijgelegen landingsplaats naast de marineseinpost, die wordt verlicht door de koplampen van een aantal in carré opgestelde auto’s van toegestroomde kijkers. Op deze manier worden vijf drenkelingen naar de wal gebracht, waarbij de volgorde op grond van hun conditie wordt bepaald door de kapitein. De laatste vier mannen worden – met de kapitein als spreekwoordelijke laatste – in een keer op de wal afgezet.

Deze spectaculaire redding staat de maandag daarop met grote koppen in de krant, naast het nieuws dat op diezelfde dag de olietanker Torrey Canyon op de kust van Cornwall schipbreuk heeft geleden, met een grote milieuramp tot gevolg. De dappere bemanning van de reddingshelikopter wordt uitgebreid gehuldigd, waarbij ook de (demissionaire) minister van Defensie en oud-marineofficier P. J. S. de Jong zich niet onbetuigd laat. Een bronzen plaquette van deze reddingsactie in het squadrongebouw van VSQ 7 getuigt nog steeds van deze eerste en geslaagde nachtelijke redding door een helikopter in Nederland. Er zullen er nog vele volgen.


Vermoeid maar zeer voldaan stapt eerste vlieger Cor Heinen
uit de Agusta Bell”

 

[1] Bron: Willem Geneste “60 jaar helikopters bij de Koninklijke Marine” (Traditiekamer MLD, 2011) en Interview met mecano Rex Naumann,